Over amyloïdose

De ziekte

Een uitgebreide gids over wat amyloïdose is, hoe het ontstaat, welke organen het aantast en hoe het wordt behandeld, geschreven voor patiënten, families en zorgverleners.

01

Wat is amyloïdose?

Een ziekte van verkeerde eiwitvouwing

Amyloïdose is een groep ziekten waarbij bepaalde eiwitten verkeerd vouwen en zich ophopen in weefsels en organen. Deze verkeerd gevouwen eiwitten vormen onoplosbare fibrillen, amyloïdfibrillen genoemd, die de normale structuur en werking van organen verstoren.

Het proces begint op moleculair niveau: een normaal onschadelijk eiwit wordt instabiel, verandert van vorm en begint samen te klonteren tot gedraaide vezelstructuren die het lichaam niet gemakkelijk kan afbreken.

Afzettingen in de organen

Eenmaal gevormd zetten amyloïdfibrillen zich af in de extracellulaire matrix van organen, waar ze als het ware de ruimten tussen de cellen opvullen. Naarmate de afzettingen zich ophopen, maken ze de weefsels steeds stijver en tasten ze de elektrische, mechanische of filterfunctie van het betrokken orgaan aan.

Het hart wordt stijf en kan zich niet meer normaal vullen; de nieren kunnen eiwitten niet meer tegenhouden; de zenuwen geven geen signalen meer door. Welke organen worden aangetast en hoe ernstig, verschilt sterk per subtype van amyloïdose.

Laboratoriummicroscoop

02

Amyloïdafzettingen begrijpen

Anders dan de meeste eiwitten, die uit de weefsels worden verwijderd wanneer ze beschadigd raken, zijn amyloïdfibrillen zeer bestand tegen de normale systemen waarmee het lichaam eiwitten afbreekt. Ze hopen zich geleidelijk op, en hun effecten stapelen zich in de loop van de tijd op.

Voor de diagnose is doorgaans een biopsie met Congoroodkleuring nodig: onder gepolariseerd licht vertonen amyloïdafzettingen een kenmerkende appelgroene dubbele breking, een van de meest specifieke bevindingen in de pathologie.

Klinisch aandachtspunt

Amyloïdfibrillen kunnen zich in vrijwel elk orgaan of weefsel afzetten. Het verdelingspatroon (welke organen het meest worden aangetast en in welke mate) hangt sterk af van het subtype en bepaalt zowel het klinische beeld als de behandelstrategie.

03

Hoe amyloïd ontstaat

Een stapsgewijs overzicht van het moleculaire proces, van de normale aanmaak van een eiwit tot weefselschade.

Stap 01

Een normaal eiwit

Het lichaam maakt een normaal voorlopereiwit aan (transthyretine, lichte ketens, SAA of andere) als onderdeel van gewone biologische processen.

Stap 02

Verkeerde vouwing

Door een genetische mutatie, overproductie, veroudering of chronische ontsteking wordt het eiwit structureel instabiel en vouwt het verkeerd.

Stap 03

Amyloïdfibrillen

Verkeerd gevouwen eiwitten klonteren samen en vormen vanzelf onoplosbare fibrillaire β-plaatstructuren, die bestand zijn tegen enzymatische afbraak.

Stap 04

Gevolgen voor de organen

De fibrillen zetten zich af in de extracellulaire matrix van organen, verdringen het normale weefsel, maken de structuur stijver en tasten geleidelijk de werking aan.

04

Van eiwit tot orgaanschade

De weg van een verkeerd gevouwen eiwit naar een diagnose die het leven op zijn kop zet, kan jaren, zelfs tientallen jaren duren. De symptomen ontstaan sluipend en zijn weinig specifiek; ze worden vaak toegeschreven aan veroudering of aan vaker voorkomende aandoeningen. Daardoor duurt het vanaf de eerste symptomen gemiddeld meer dan vier jaar voordat de diagnose wordt gesteld.

Inzicht in hoe de organen beschadigd raken (cardiomyopathie, nefrotisch syndroom, perifere neuropathie) is essentieel om de ziekte vroeg te herkennen en met een behandeling te beginnen voordat er onomkeerbare schade ontstaat.

Weefsel dat door amyloïd is geïnfiltreerd: links liggen de cellen dicht tegen elkaar in gezond weefsel; naar rechts toe trekken ze zich terug en vullen amyloïdafzettingen de steeds grotere ruimte tussen hen op

05

Symptomen en aangetaste organen

Een eenvoudige lichaamskaart die patiënten en zorgverleners helpt om waarschuwingssignalen te koppelen aan de organen die door amyloïdose worden aangetast. Beweeg de muis over elk punt voor meer informatie.

Oog en zicht

Afzettingen in het glasvocht

Zwevende vlekjes, voorbijgaande gezichtsstoornissen en troebelingen van het glasvocht door ophoping van amyloïdeiwit in het oog.

Nieren

Proteïnurie en oedeem

Eiwit dat in de urine terechtkomt, een verminderde nierfunctie en toenemende zwelling van de benen door nefrotisch syndroom.

Lever en milt

Organomegalie

Vergroting van de lever of de milt, met een vol gevoel, snel verzadigd zijn en afwijkende leverwaarden: een vaak vroege bevinding bij AL-amyloïdose.

Oog en zicht

Amyloïdfibrillen zetten zich af in het glasvocht en veroorzaken kenmerkende “zwevende vlekjes” en uiteindelijk slechter zien. Amyloïdose van het glasvocht is een typisch kenmerk van erfelijke ATTR-amyloïdose.

Hart

Cardiale amyloïdose veroorzaakt verdikking van de kamerwanden, restrictieve cardiomyopathie en geleidingsstoornissen, die zich uiten in kortademigheid, oedeem en hartritmestoornissen.

Lever en milt

Amyloïd infiltreert het weefsel van lever en milt en veroorzaakt een vergrote lever, een verhoogd alkalisch fosfatase en snel verzadigd zijn. Aantasting van de lever komt het vaakst voor bij AL-amyloïdose.

Nieren

Amyloïdafzetting in de glomeruli van de nieren verstoort de filterbarrière en veroorzaakt ernstige proteïnurie, nefrotisch syndroom en toenemend nierfalen, vooral bij AL- en AA-amyloïdose.

Perifere zenuwen

Amyloïdfibrillen drukken op perifere zenuwen en infiltreren ze, wat leidt tot een toenemende sensorimotorische neuropathie: gevoelloosheid, tintelingen en krachtverlies die aan de uiteinden van handen en voeten beginnen.

Benen

Oedeem van de enkels en benen is het gevolg van hartfalen, nefrotisch syndroom of beide. Putjesoedeem aan beide benen dat in de loop van de dag erger wordt, is een belangrijk signaal om onderzoek naar amyloïdose te starten.

Beweeg over de punten voor meer informatie

Hart

Cardiomyopathie

Kortademigheid, gezwollen enkels en hartritmestoornissen door een restrictieve cardiomyopathie, veroorzaakt door infiltratie van amyloïd in de kamerwanden.

Perifere zenuwen

Sensorimotorische neuropathie

Tintelingen, gevoelloosheid en gevoelsverlies die in de benen beginnen en zich naar boven uitbreiden; vaak ten onrechte aangezien voor diabetische of idiopathische neuropathie.

Benen

Oedeem aan beide benen

Toenemende zwelling van beide enkels, vaak niet in verhouding tot de bevindingen aan hart of nieren, als teken van aantasting van meerdere orgaansystemen en vochtophoping.

06

De diversiteit van amyloïdose

Van meer dan 40 menselijke voorlopereiwitten is bekend dat ze amyloïdafzettingen kunnen vormen. Elk daarvan geeft een eigen subtype, met een eigen klinisch beeld, eigen doelorganen, een eigen genetische achtergrond en een eigen behandeltraject.

Het amyloïdeiwit

Het voorlopereiwit bepaalt het subtype van amyloïdose. De meest voorkomende zijn: lichte ketens van immunoglobulinen (AL), transthyretine (ATTR), serumamyloïd A (AA) en een reeks erfelijke varianten, waaronder apolipoproteïne A-I, gelsoline, lysozym en de alfaketen van fibrinogeen.

  • AL · Lichte ketens
  • ATTR · Transthyretine
  • AA · SAA
Aangetaste organen

Welke organen worden aangetast, hangt af van het type amyloïdeiwit. AL-amyloïdose tast meestal het hart, de nieren, de lever, de zenuwen en de weke delen aan. ATTR-amyloïdose heeft een bijzondere voorkeur voor het hart en het perifere zenuwstelsel. AA-amyloïdose treft bijna uitsluitend de nieren. Erfelijke subtypes verschillen per genmutatie.

  • Hart
  • Nieren
  • Lever
  • Zenuwen
  • Maag-darmkanaal
De verschillende soorten

Amyloïdose kan systemisch zijn (uitgebreide aantasting van organen) of gelokaliseerd (beperkt tot één weefsel, zoals de luchtwegen, de blaas of de huid). De systemische vormen worden verder onderverdeeld in verworven (AL, AA) en erfelijke vormen (ATTRv, ApoA-I, gelsoline…), elk met een eigen overervingspatroon en een eigen behandelstrategie.

  • Systemisch
  • Gelokaliseerd
  • Erfelijk
  • Verworven

07

Amyloïdose behandelen

De behandeling hangt af van het type amyloïdose. Ze kan gericht zijn op het verminderen van de aanmaak van het voorlopereiwit, het stabiliseren van het eiwit, het ondersteunen van de aangetaste organen en het verlichten van de symptomen.

Ziektemodificerende behandelingen

Behandelingen die zich richten op de bron van het amyloïd: chemotherapie bij AL-amyloïdose (onderdrukking van de plasmacellen), TTR-stabilisatoren en gen-silencers bij ATTR-amyloïdose, ontstekingsremmers bij AA-amyloïdose, met als doel de vorming van nieuwe afzettingen te stoppen.

Ondersteunende behandelingen

Behandeling van orgaanspecifieke complicaties: diuretica en antiaritmica bij cardiale amyloïdose, ACE-remmers ter bescherming van de nieren, pijnbestrijding en fysiotherapie bij perifere neuropathie.

Langdurige follow-up

Regelmatige controle met biomarkers (NT-proBNP, troponine, creatinine), beeldvorming en een beoordeling van de kwaliteit van leven, om de respons op de behandeling te volgen, een terugval vroeg op te sporen en de behandeling aan te passen aan het verloop van de ziekte.

Een arts in gesprek met een oudere patiënte

08

Leven met een zeldzame diagnose

De diagnose amyloïdose zet uw leven op zijn kop. Doordat de ziekte zo zeldzaam is, voelen veel patiënten zich geïsoleerd, onbegrepen en onzeker over de toekomst. Voorbereiding, contact met anderen en toegang tot de juiste informatie maken een groot verschil.

Ken uw type

Het subtype van amyloïdose bepaalt uw vooruitzichten, uw behandeling en het risico voor uw familieleden. Vaststellen welk eiwit precies betrokken is (via bloedonderzoek, genetisch onderzoek en typering van de biopsie) is de essentiële eerste stap.

Bereid uw vragen voor

Gebruik onze Toolkit voor patiënten om uw gesprekken met uw gespecialiseerde team te structureren: welke behandeling wordt aanbevolen, wat zijn de doelen, hoe wordt het verloop gevolgd en welke ondersteuning is er bij u in de buurt.

Verder lezen

Lees verder

Soorten amyloïdose

Een gedetailleerde gids over alle subtypes van amyloïdose (AL, ATTR, AA en zeldzamere erfelijke vormen), met een vergelijkingstabel.

Symptomen en diagnose

Hoe u de klinische alarmsignalen herkent en hoe het diagnostische traject verloopt, van het eerste vermoeden tot de bevestigde typering.

Behandelingen

Het huidige behandellandschap, van chemotherapie en TTR-stabilisatoren tot gen-silencers en ondersteunende zorg.